Mendax – Roman

 PROLOOG

HERFST 1949

Ze naderden de duinen. Pippa wist het, niet omdat ze de zilte zee rook of de luchtstroom onstuimiger voelde worden. Nee, ze wist het omdat Jaap zijn pas inhield.
‘Wil je ze lezen?’ vroeg hij. Ze wandelden dicht naast elkaar. De wind joeg door de ritselende herfstbladeren.
‘Nee,’ zei ze beschaamd. ‘Je schriften zijn privé.’ Net als die van mij, dacht ze erachteraan.
‘En als ik het wil, dat jij ze leest?’
‘Dan nog.’ Pippa beet op haar nagel.
‘Ben je niet nieuwsgierig?’
Dat was ze wel. Maar toch, nee. Het hoorde niet. Ze pakte zijn hand en kneep er zachtjes in. Hij kneep terug. Ze liepen de duintop op en langzaam kwamen de golven in beeld. Pippa hield van de weidsheid, van de eindeloze horizon, gevuld met kabaal en schittering. Ze werkten zich moeizaam door het losse zand richting de waterlinie.
‘Ik herinner het me als de dag van gisteren; wat ze tegen me zeiden, hoe ik me voelde, hoe het zonlicht op het water viel. Hoe het rook. Hoe ik loog.’ Jaap tuurde over de witte schuimkoppen. ‘Als ik die dag opnieuw zou mogen doen. Als je iets opnieuw zou mogen doen.’
‘Dan zou ik willen dat ik een keuze had gehad.’ Pippa keek naar hem op.
Jaap sloeg een arm om haar schouder. ‘Het wordt vloed.’
Ze knikte. ‘En dan weer eb.’

Wat begon als een langgekoesterde wens om mijn oma’s levensverhaal vast te leggen, ontaardde in de vraag waarom ik zo weinig wist van het verhaal van mijn opa. Omdat zij beiden niet meer leven (mijn opa heb ik nooit gekend) en de familieherinneringen aan hen gekleurd en onvolledig zijn, besloot ik al spoedig dat mijn verhaal fictief moest worden. Uit de gesprekken die ik in mijn jeugd met mijn oma heb kunnen voeren en de informatie die ik van mijn moeder, tantes en ooms heb gekregen, heb ik enkele elementen verzameld en gebruikt in mijn verder volledig fictieve roman.

De levensverhalen van mijn grootouders hebben mij geïnspireerd om een roman te schrijven over onverwerkte jeugdtrauma’s, verlies, (ont)hechting, erkenning, beleving, leugens, verraad en geheimen. Maar ook over de liefde en overleven. Dit alles tegen het licht van de eerste helft van de 20e eeuw (1912 – 1949), welke doorspekt was met armoede en oorlogen en waar nog geen oog was voor de levenslange, negatieve gevolgen van een ontwrichte jeugd.

Het verhaal wordt gedragen door de fictieve personages Pippa en Jaap, verteld vanuit wisselend perspectief.

Pippa (*Wenen, 1913)
Jaap (*Den Haag, 1912)