Het Stille Strand – Roman

      We naderden de duinen. Ik wist het, niet omdat ik de zilte zee rook of de luchtstroom onstuimiger werd. Nee, ik wist het omdat Jaap zijn pas inhield. Ik pakte zijn hand en kneep er zachtjes in. Hij kneep terug. De wind joeg door onze haren. We liepen de duintop op en langzaam kwamen de golven in beeld. Ik hield van de weidsheid, van de eindeloze horizon, gevuld met kabaal en schittering. Moeizaam werkten we ons door het losse zand tot daar waar het overging in een hardere ondergrond en het tegemoetkomende water ons uiteindelijk halthield.
   ‘Ik herinner het me als de dag van gisteren; hoe we tevergeefs riepen, hoe ik me voelde, hoe het zonlicht op het water viel. Hoe het rook, hoe het zout prikte in mijn open wond. Hoe ik loog.’ Jaap tuurde over de witte schuimkoppen. ‘Als ik die dag opnieuw zou mogen doen. Als je iets opnieuw zou mogen doen.’
   ‘Dan zou ik willen dat ik een keuze had gehad.’ Met mijn blik op de oneindigheid schoof ik dichter tegen hem aan.
   ‘Het wordt vloed.’
Ik knikte. ‘En dan weer eb.’

Pippa (1960)

Wat begon als een langgekoesterde wens om mijn oma’s levensverhaal vast te leggen, ontaardde in de vraag waarom ik zo weinig wist van het verhaal van mijn opa. Omdat zij beiden niet meer leven (mijn opa heb ik nooit gekend) en de familieherinneringen aan hen gekleurd en onvolledig zijn, besloot ik al spoedig dat mijn verhaal fictief moest worden. Uit de gesprekken die ik in mijn jeugd met mijn oma heb kunnen voeren en de informatie die ik van mijn moeder, tantes en ooms heb gekregen, heb ik enkele elementen verzameld en gebruikt in mijn verder volledig fictieve roman.

De levensverhalen van mijn grootouders hebben mij geïnspireerd om een roman te schrijven over onverwerkte jeugdtrauma’s, verlies, (ont)hechting, erkenning, beleving, leugens en geheimen. Maar ook over de liefde en overleven. Dit alles tegen het licht van de eerste helft van de 20e eeuw (1912 – 1949), welke doorspekt was met armoede en oorlogen en waar nog geen oog was voor de levenslange, negatieve gevolgen van een ontwrichte jeugd.

Het verhaal wordt gedragen door de fictieve personages Pippa en Jaap, verteld vanuit wisselend perspectief.

Pippa (*Wenen, 1913)
Jaap (*Den Haag, 1912)