Categorie Archief: LEESVOER

Tegenwind, meewind

Ik wandelde een verplicht uur buiten. Je weet wel, goede voornemens. De wind was guur en hard. De mij passerende fietsers verdwenen snel uit het zicht. De mij tegemoetkomende fietsers kwamen traag trappend, wiebelend op het zadel en met rood verhitte gezichten langzaam dichterbij. Hun […]

Vergeet jij mij niet?

‘Dat ik hier niet zelf naar buiten kan, daar kan ik met de pet niet bij.’ De kwieke zeventigplusser trekt de rits van zijn jas omhoog en kijkt mij wanhopig aan. Hij staat naast de tafel waar ik met een mevrouw zit te praten. ‘Dat […]

13.000 woorden

Ga jij weleens een wedje aan? Over wie gelijk heeft? Over wie het snelst is of het sterkst? Over wie het langst zijn lachen kan houden, wie het laatste woord zal hebben, over wie de meeste  pannenkoeken op kan of over wie de grootste zeepbel […]

En alleen de vogels

‘En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn. Worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten. Over de muur, over het IJzeren Gordijn, Omdat ze soms in het westen soms ook in het oosten willen zijn. Omdat ze soms in het westen soms ook in het […]

Hoeveel spanning kan jij aan?

‘Geen geluid was er te horen. Pinkeltje waagde nóg een stap verder de schuur in, toen wéér een en… twee grote handen omknelden zijn hoofd en drukten zijn mond dicht.’ (Uit: Pinkeltje en het gestolen toverboek van Dick Laan) Als meisje las ik graag boeken […]

Eropuit in de jaren 60

Tot op de dag van vandaag zijn er jonge mensen die vragen of mijn ouders echt zo met ons gingen rijden. ‘Ja,’ reageer ik dan, ‘dat was in de jaren 60 heel gewoon.’ Waarna zij me ongelovig aan blijven kijken tot ik ze wel moet […]